Mijn leven in de tijd van mijn vader. Terug.....

 Tien November 1982 werd ik geboren in grou. Bloot en kwetsbaar. Maar de liefde van mijn moeder deed me sterk maken in deze wereld. Tot mijn derde levensjaar weet ik niet veel. Alleen de liefde van mijn moeder is er zeker geweest. Mijn bewuste leven begon toen ik drie was. Toen had ik mijn hersens voor mijn gevoel onder controle. Ik kon dingen doen en dingen onthouden. Ik weet nog goed hoe ik speelde met de hond of met de kat. Ik kon al mijn verhalen bij ze kwijt. Ik ging al snel naar school en ik weet de peuter school nog goed te herinneren. Als we moeste gymmen moest dat in onze hemt en onderbroek ik vond dat nooit fijn. Ook weet ik dat ik vaak ziek was en dat ik dan niet naar school kon. Ik heb in zekere zin toch wat gemist die tijd. Maar als ik ziek was herinner ik altijd mijn moeder naast mijn zij. Ze was er altijd voor mij en deed haar best om mijn pijn in mijn buik te verlichten om er op te kriebelen. Maar dat is niet het enige wat ik me nog kan herinneren. Ik herinner zeker mijn vader ook nog wel maar de liefde van mijn vader niet. Ik ken hem niet beter dan een norse man die altijd aan de bier zat. Hij en mijn moeder maakte veel ruzie. Ik kan me goed herinneren de woorden en waar het om ging. De jaren gingen voor bij. Ik ging naar school en dat was voor mij heel fijn. Ik kon mijn gedachten als een kind laten gaan. Met vriendjes en vriendinnetjes spelen en lol maken en lachen om dingen. Nooit ruzie op school alleen maar leuk spelen en ook nog een beetje verliefd worden op  een jongentje uit mijn klas. Wat hij deed deed ik ook en alles wat hij leuk vond vond ik ook leuk. Maar als ik mijn foto’s van vroeger zie en ik kijk het meisje die er op staat dat ik moet zijn zie ik niet de twinkel in haar ogen van een echte kind.

 

Hoe ouder ik werd hoe meer ik dingen zag hoe meer ik de pijn voelde. Ik deed normaal zoals ieder kind. Maar toch voelde ik me niet echt een kind. Vaak ruzie in ons huis. Als ik uit school kwam herinner ik alleen mijn moeder die er voor mij was om mijn verhalen aan te horen. Ik herinner alleen mijn moeder die voor ons zorgde. Voor mij en mijn zus en broer. Tot op een dag dat ik thuis kwam samen met mijn broer zag ik mijn moeder in de keuken liggen met koffie over haar heen. Ik raakte in paniek en mijn broer ook. Ik rende snel naar mijn buurvrouw en die ging bij mijn moeder kijken. Het bleek dat ze was flauw gevallen van de stress toen begon het bij mij allemaal werkelijkheid te worden. Ik zag mijn moeder daar liggen het eerst wat ik dacht dat ze dood was. Ik voelde me ellendig en de pijn in mijn hart. Ik wist niet wat ik er aan moest doen om haar weer een blije moeder te maken dus het leven ging gewoon door.

 

Elke avond als mijn zus en broer en ik op bed lagen begon de hel onder los te breken. Ik hoorde mijn moeder en vader tegen elkaar schreeuwen. Alles ging kapot. De bierflesjes werden door de hele woonkamer gegooid en dat was niet alles. Mijn moeder werd in elkaar geslagen. Het enige wat ik kon doen is bidden en huilen. Vaak ging ik onder aan de trap luisteren en ik hoopte dat het zou ophouden. Maar helaas elke avond was het raak.

 

Ik weet nog wel dat ik ziek was. Ik kon mijn kin niet op mijn borst krijgen en dat was in die tijd zeer gevaarlijk. Ik moest gelijk naar het zieken huis en ik kan me veel herinneren die tijd. Ik herinner dat mijn moeder elke dag bij me was en dat ze me speeltje gaf om mee te spelen. Ik kreeg zelfs toen ze weg ging haar trui zodat ik haar kon ruiken en dat ik het gevoel had dat ze bij me was. Ik kan me helaas niet herinneren dat mijn vader ooit naast mijn bedje heeft gestaan.

 

Dit alles ging zo door. Hij sloeg niet alleen mijn moeder maar ook mijn broer. Mijn broer deed in zijn ogen alles fout. Hij deed niks goed en alle kattenkwaad wat hij uithaalde was niet acceptabel. Hij kreeg vaak alle hoeken van de kamer te zien. Ook ving mijn moeder vaak de klappen op voor mijn broer. Ze deed dat voor mijn broer maar ook voor mij en mijn zus. Ze verstopte in zo nu en dan ook wel in de kleding kast. Ik herinner die geur nog als de dag van gister.

 

Tot op de bewuste dag die ik nooit van mijn leven zal vergeten. Mijn zus en broer en ik lagen op bed. Het was laat in de avond. Ik hoorde mijn vader en moeder wel beneden tegen elkaar te keer gaan. Het was heviger dan voor heen. Het werd steeds harder en gevaarlijke. Ik durfde mijn bed niet uit te komen en kon alleen maar gillen (god ik heb wat gegild in mijn leven).

Toen kwamen ze naar boven scheldend. Op eens was het stil en niet een normale stil geluid. Ik en mijn zus gingen kijken en toen zagen we onze vader op mijn moeder zitten en hij kneep de keel van mijn moeder dicht. Ze werd blauw en de tranen stonden in haar ogen en die straalde zoveel pijn uit. Mijn zus en ik kwamen toen god zij dank in actie. Mijn zus pakte een stoel en dreigde die kapot te slaan op zijn rug als hij niet los liet. Ik gilde in zijn oor en gilde en gilde. Ik smeekte hem om los te laten. Toen het bijna te laat was liet hij los. Mijn moeder kon amper nog adem halen. Mijn vader dook in een hoekje en begon te huilen en te smeken van vergeef het me. Mijn moeder ging er vandoor. Ik en mijn zus waren al weer op onze kamers. Ik dacht nee mama verlaat ons niet. Ik begon te huilen en was bang dat ze ons in de steek liet. Mijn vader ging haar na een tijdje achterna. Hij pakte de auto en scheurde de straat uit. Toen kwam mijn moeder ons op halen en zei. “ik laat jullie niet achter’ pak je tas en ga mee. We gaan weg zei ze. Mijn zus en ik gingen mee maar mijn broer bleef hij kon op zijn manier zijn vader niet achter laten.

 

Toen waren we vluchtelingen op dat moment voelde dat zo. We zijn via een goede vriend van mijn moeder op een camping terecht gekomen. Maar al snel vond onze vader ons daar. We pakte snel wat we pakken konden en zijn op nieuw gevlucht. We kwamen in een blijf van mijn lijf huis terecht. En ik kan zeggen dat was vreselijk maar zoals mijn moeder zei we zijn bij elkaar en we hebben elkaar’s kracht nodig en we redden het.

 

Drama ik had niet afscheid kunnen nemen van mijn vrienden ook mijn zus had dat niet kunnen doen. Ik besefte dat eerst nog niet ik was nog maar negen maar mijn zus van dertien had het er wel erg moeilijk mee. We kwamen nadat we uit het blijf van mijn lijf huis kwamen bij een tante terecht. Ik kan zeggen dat dat ook niet een fijne periode was. Geen mensen om je heen die je kent en mijn zus was boos dat ze niet bij haar vrienden kon zijn en met mij optrekken deed ze ook niet. Toen wij bij onze tante waren was mijn moeder altijd van huis. Ze was druk op zoek naar een huisje voor haar en ons. We kregen uiteindelijk een huis.Daar moesten we weer van nul af aan beginnen en onze motto was wij zijn de drie musketiers en we kunnen het maken.

 

Maar natuurlijk waren we niet van onze vader af. Want wij hadden een reglement dat we om de zoveel weken naar onze vader konden. Wij beefde niet dat hij een enorme kwal was maar goed. We gingen daar heen op de data’s dat het zo was afgesproken. Al snel had onze vader ons zo gemanipuleerd dat we niet meer terug wilde naar onze moeder. Hij had het zover gekregen dat we niks meer tegen onze moeder wilde zeggen. Mijn zus niet mijn broer niet en ik ook niet. Maar gelukkig is mijn moeder een vechter en kreeg ons ook terug. Na dat we om de zoveel tijd naar onze vader gingen wilde ik mijn vrienden weer opzoeken van toen die tijd. Maar het leek wel alsof ik niet meer bestond. Ik was ineens een vreemd iemand in een vreemd dorp. Mijn zus had haar vrienden nog en mijn broer woonde er nog steeds dus had zijn vrienden ook. Ik kon me nergens meer nestelen dus speelde ik maar gauw eens met de hond en ging met dieren spelen die ik tegen kwam.

In die tijd dat wij nog gewoon naar onze vader gingen heeft hij veel dingen verwoest. Elke keer als hij ons naar huis bracht begon hij te dreigen tegen mijn moeder en tegen ons om te zeggen dat hij onze hond die hij thuis had om op te hangen in de hoogste boom dat hij kon vinden. Die worden deden mij altijd zo pijn dat ik hem wel kon schieten. Ook heeft hij in de tijd van de reglement mijn zus pijn gedaan. Ik weet dat ik op bed lag en dat mijn zus van een feestje thuis kwam. Ze kreeg limonade van mijn vader voordat ze op bed ging. Mijn zus had heel erg dorst dus had het snel op. Mijn vader beweerde dat ze het door de gootsteen  gespoeld had. Maar dat was niet zo. Ze kregen ruzie en mijn zus rende de deur uit. Mijn broer ging er achter na en ik ging in de deur post staan te gillen. De beuren hadden mij gehoord en de politie gebeld. Toen mijn zus en broer en vader weer terug kwamen zei mijn zus tegen mij hij probeerde mij te wurgen. Ik wist niet wat ik moest geloven en bleef gewoon stom weg staan. De politie kwam er aan en wilde mijn vader mee nemen. Ik begon te huilen en zag mijn vader in elkaar storten. Ik had het met hem te doen. Ik was ook nog maar jong en besefte niet alles. Mijn zus had mijn moeder op gebeld om haar op te halen. Al snel was mijn moeder er en namen haar mee. Ze vroegen mij om mee te gaan eerst kwam mijn zus om het te vragen ik zei nee ik blijf bij papa. (Hoe had ik zo stom kunnen zijn, vergeef het me nog steeds niet) Nadat mijn moeder mij gevraagd had bleef ik bij mijn besluit ik bleef bij mijn vader.

 

Nooit heb ik een leuk moment gehad als ik bij mijn vader was. Ik had ruzie met zijn nieuwe vrouw haar kinderen. Hun zeiden tegen mij dat mijn vader niet de mijne was maar van hun. Ik vertelde dat aan mijn vader maar hij zei. Ach laat ze maar het zijn nog maar kinderen. Ik keek hem met grootte ogen aan en dacht. Maar ik ben je dochter. Je eigen vlees en bloed en ik ben ook nog maar een kind? Maar dat deed hem niks.

 

Op een gegeven moment had ik een gevoel dat ik niet meer van mijn vader hield ik besloot om er niet meer heen te gaan. Ik begon ouder te worden en mij meer te realiseren wat er allemaal gebeurd was. Ik droomde vaak over mijn leven. Ik zag vaak mijn moeder bond en blauw en met pijn in haar ogen voor me staan. Ik wilde hem niet meer zien of spreken. Hij dreigde zo veel dat ik zelfs bang van hem werd. Ik durfde niet meer met een man te praten en al helemaal niet als hij op hem leek. Ik kreeg een angst voor hem. Nachtmerries kreeg ik. Maar die nachtmerries bleken niet fantasie te zijn. Maar echt waargebeurde dingen. Ik kreeg steeds meer door en ik kon me steeds meer dingen herinneren. Pijn, klappen, woede, verdriet, angst en veel geluid. Hou ouder ik werd hoe kwader ik werd.

 

Zelf na de scheiding had hij het lef om mijn moeder nog veel pijn te doen om dingen in het openbaar te zeggen of neer te hangen hij wilde haar leven echt voorgoed kapot maken. En hij had niet door dat hij ons er ook mee kapot heeft gemaakt.

 

Ik ben nu tweeëntwintig jaar en ik zit er nog mee in mijn gedachten. Ik kan het nog steeds geen plekje geven. Ik ben boos en ik wil dat hij weet wat wij hebben gevoeld en wat hij mijn moeder heeft aan gedaan. Ik heb hem daarom een brief geschreven nog niet zo kort geleden.

 

Hallo H…..

 

Ja nog steeds gewoon hallo H. Waarom? Omdat ik niet vind dat je mijn vader bent. Tsja misschien wel op papier maar niet voor mijn gevoel. Je wilt dat ik uit het verleden kruip…Nou zeg kom op man: Hoe kun je dat zeggen na alles wat jij ons hebt aangedaan.

 

Je hebt verdomme mijn moeder geprobeerd te wurgen te doden. En jij wil dat ik het verleden vergeet, nou niet dus. Als het aan jou had gelegen had ik nu geen moeder meer. Wat denk je wel dat ik met een hufter zoals jij door het leven wil gaan? Niet dus. Jij zult en zult ook nooit meer mij als dochter hebben. Want jij hebt mijn moeder veel pijn gedaan. Je hebt haar geslagen mishandeld jij hebt haar van haar leven willen beroven. Dat had je niet moeten doen. Als G en ik er niet waren geweest op dat moment was het heel anders afgelopen. Dat beeld zal nooit verdwijnen het staat op mijn netvlies geschreven. Als wij er niet waren geweest had jij er nu anders bij gelopen.

 

Ja je bent inderdaad verplicht om alimentatie te betalen aan mij. Je hebt het eerst wel gedaan maar omdat je niet zorgvuldig genoeg bent geweest heb je het halve werk gedaan. Dus vandaar mijn vorige brief.

 

En dat ik je laats aan de telefoon had en zei dat ik intussen andere dingen wist  is geen monopolie spel. Ik ben ouder geworden en ben me meer dingen gaan realiseren over vroeger en wat jij ons aan hebt gedaan. Ik ben je toen begonnen te haten. Ik wilde je niet meer spreken en wat dan ook.

 

Wat maakt het nou uit dat ik thuis woon of ergens anders. Het gaat je niks aan waar of hoe ik leef.

 

Ik heb alle briefen ontvangen en al je berichtgevingen gehoord maar dat deed me geen flikker meer. Ik verscheurde al je kaarten voor mijn verjaardag die ik kreeg. Ik hoefde het niet meer van jou. Al zeg je dat je mijn vader blijft dat vind ik niet. Een vader houd van zijn kinderen en vecht voor zijn kinderen. Een vader neemt hoe dan ook steeds weer kontact op met je en neemt je mee naar leuke dingen en stuurt geen berichtgeving op een verjaardagskaart van mijn zus dat je gaat trouwen….de trouwkaarten waren zeker op. We hebben nooit de kans gekregen om aan die andere vrouw te wennen zelfs haar kinderen namen jou in als vader en ik werd zo aan de kant geschoven. Ik kan het maar al te goed herinneren dat ik alles maar moest pikken wat dat jochie tegen mij zei. Van het is jou vader niet meer het is nu mijn vader. En als ik dat tegen jou zei “zei jij ach laat hem maar hij weet niet beter. Nee  je had met ons allen moeten praten en hem duidelijk moeten maken dat jij ook mijn vader was. Maar dat deed je niet.

 

En dat van Tante R ja sorry dat is spijtig voor jou. Maar ik ken haar vaag van vroeger maar niet goed. En ik voelde mij niet geroepen om je te bellen of dergelijke.

 

Waar jij zo blij met bent???? Dat je nog contact hebt met R….Nou daar merk ik verdomde weinig van. Ik snap niet eens dat hij nog contact met jou wil…Nooit kom je hem ophalen met een idee van wij gaan als vader een zoon iets leuks doen. Vissen of iets anders leuks. Je hebt hem nooit opgezocht toen hij in internaat zat. Hij komt jou steeds maar opzoeken maar jij doet geen ruk voor hem.

 

Vroeger: Verdomme H, R was vroeger altijd de lul…een jochie die amper weet wat wel en niet mag of kan. Zonder reden sloeg jij hem vaak. Omdat hij zeurde dat hij met je wilde biljarten wou je hem een pak rammel geven maar gelukkig kwam T er voor staan. Vaak kreeg hij op zijn donder. Of toen G naalden heeft ingeslikt en R was jaloers omdat zei cadeautjes kreeg dus deed hij alsof hij plastic had op zijn hart..je sloeg hem in elkaar je liet alle hoeken van de kamer zien. Wat slaat dat op houd verdomme je handen thuis.

Ik kan me weinig verhinderen wat ik mooi vond aan vroeger. Niks om eerlijk te zijn. Vaak als ik op bed lag hoorde ik jou en T ruzie maken en er ging van alles stuk, ik huilde elke avond op mijn bed. Ik was als de doods. Als je zo veel om ons geeft waarom heb je dat dan allemaal gedaan? Waarom sloeg jij T? Waarom zette jij ons op tegen onze eigen moeder? Waarom? Als je zegt dat je om ons geeft!

 

Ja ik weet inderdaad wanneer jij jarig bent maar dat simpel gebaar gaat er bij mij niet in. Ik heb er geen behoefte aan en zie het niet als een feestje!

 

Ik enige waar ik blij mee ben dat jij mijn moeder hebt leren kennen “Anders had ik nu niet een geweldige moeder en had ik niet bestaan” alleen daar ben ik je dankbaar voor.

 

Ik ben nu zeer gelukkig…Wij allemaal. En alles gaat zoals het moet en jij speelt er geen rol meer in…jij bent verleden tijd. Ik vind het prima zo. En als jij niet alimentatie wil betalen dan zie ik wel hoe ik dat kan regelen. Waarom zou ik jou moeten duidelijk maken dat ik het hard nodig heb voor mijn studie boeken dat slaat natuurlijk ook nergens over. Had je mij maar niet moeten maken. Dan had je ook geen kosten. Als ik niks van je hoor over alimentatie zal ik je nog even herinneren over Alimentatie naheffing. Zoek ik tot de bodem uit hoe en wat ik van je krijg. Ik heb er tenslotte recht op ongeacht onze relatie.

 

Groeten

P…….

 

Nadat ik deze brief had gestuurd had ik eindelijk het gevoel van nu weet hij wat ik van hem denk en wat ik met hem wil. Niks helemaal niks wil ik meer van hem weten. Ik haat hem en dat is al een hele tijd zo. Maar nu durf ik er voor uit te komen en om het hem te zeggen.

 

Ik weet dat ik nog rare dingen gaan doen. Ik droom over hem. Ik droom dat ik heb terug pak. Dat ik hem in elkaar sla en dat ik heb wurg en tegen hem zeg. Kijk zo hebben wij ons gevoeld en kijk en voel dit heeft mijn moeder gevoeld. En dit heeft mijn moeder gezien de dood. En een liefhebbende persoon op haar die haar keel dicht knijpt. En dan laat ik op het laatste moment los. En loop weg.