Van roze wolk naar nachtmerrie Terug.....

Ans 10 juli 2003

Het lijkt nog als de dag van gisteren. Op 8 november 1979 beviel ik van een dochter, helaas 10 weken te vroeg.

Het was mijn eerste zwangerschap en alles leek voorspoedig te verlopen. Toen ik ’s middags de was aan het strijken was, verloor ik plotseling vruchtwater. Wist ik veel. Ik dacht aan een spontane blaasontsteking. Toch de vroedvrouw maar gebeld en voor ik het wist zat ik in het ziekenhuis, 10 minuten later lag ik in een bed en nog 5 minuten later aan een infuus met weeënremmers. Als alles goed ging, en de artsen hadden het volste vertrouwen, dan kon ik waarschijnlijk met de kerst bevallen.

Maar alles ging niet goed, twee dagen later kwamen de weeën echt goed op gang en toen ik eindelijk doorhad dat de pijn er niet bij hoorde had ik al 8 cm. ontsluiting. Er was geen houden meer aan.

Haar vader kon met de beste wil van de wereld niet meer op tijd aanwezig zijn bij de bevalling en ik kon en mocht niet meer wachten. Ik heb me zelden zo alleen gevoeld.

Toen ze geboren was heb ik haar nog even gezien. Ze moest naar de couveuse afdeling en dat was tevens de laatste keer dat ik haar gezien heb. In die tijd ging dat zo. Heel vaak die dag vroeg ik hoe het met haar ging en het vaste antwoord was: “We hebben net nog contact gehad, het gaat heel goed”.  Later hoorde ik dat er een neonatoloog was overgekomen, er hersenscans gemaakt waren en ze in een zuurstofbel lag. Haar vader vertelde me dat ook niet omdat hij bang was dat ik het niet aankon. Elf uur later overleed ze aan de gevolgen van twee longbloedingen en drie hersenbloedingen.

Tegenwoordig doen de artsen er alles aan om de ouders te begeleiden. In die tijd niet. Gecondoleerd met het overlijden van uw dochter en hebt u er bezwaar tegen dat er sectie verricht wordt.

Al had ik er bezwaar tegen gehad, ik had de moed niet om nee te zeggen. Ik begreep het niet eens. Zo had ik een dochter en zo niet meer.

Het kwam niet eens bij me op om te vragen of ik haar nog even mocht zien, en zij boden het niet aan.

Ook de begrafenis heb ik niet bijgewoond. De familie had besloten dat ik dat niet aankon. Niemand heeft me toen gevraagd wat ik wilde. Ik werd ondergesneeuwd en ben thuis gebleven. Verwerken was er niet bij. Als je er niet over sprak, was het ook niet gebeurd. De meeste reacties waren dan ook: kop op, jullie zijn nog jong. Er komen vast nog wel kinderen.

De familie heeft er nooit meer over gesproken. Alsof zij er nooit geweest is. En andere kinderen, ja die zijn er gekomen. Zij weten dat zij nog een zusje hebben gehad en gaan met mij mee als ze jarig is naar haar graf.

Toen na 22 jaar de bliksem weer insloeg, ben ik het verlies van mijn eerste pas gaan verwerken. Eindelijk heb ik de moed gehad om de enige foto die ik van haar had neer te zetten. Toen kwamen ook pas de tranen. Ik heb er nooit om gehuild, durfde dat niet. Ik moest verder, dat verwachtte iedereen van mij en ik wilde aan die verwachting voldoen. Sterk blijven, vooral sterk blijven. Dom, zo dom.

Mijn raad is dan ook: praat er over, met wie dan ook. Vertel de artsen wat je wel en vooral wat je niet wil. Zorg ervoor dat je overal bij betrokken wordt.

Gelukkig gaat het tegenwoordig anders. Ik heb ook verhalen gehoord waarbij de ouders het wel voor het zeggen hadden. Die wel goed afscheid hebben kunnen nemen van hun kind. Die alle tijd hebben gekregen.

Ik vraag me wel eens af, hoeveel vrouwen die hun kinderen in die tijd verloren hebben, hun verlies nog niet hebben verwerkt of nooit aan de verwerking zijn toegekomen omdat hun omgeving dat niet toestond.