Ervaringen bij en na het overlijden van mijn innig geliefde man Terug.....

In maart 1999 overleed de broer van mijn man plotseling. Het was een grote schok voor ons allemaal. Exact drie weken later, op Paaszondag 09.00u., kwam het bericht dat zijn kleindochter overleden was. Dit bericht veroorzaakte een tweede schok bij ons allen. Maar deze Paaszondag was nog niet voorbij. De kinderen zouden ’s-avonds voor het Paasdiner komen. Ik had de tafel op zijn paasbest gedekt en was volop bezig met de voorbereidingen, toen mijn man me riep. Hij lag op de grond en zei: “Help me even, ik ben uit de stoel gevallen”. Ik kon hem met geen mogelijkheid van de grond krijgen. In het ziekenhuis werd een hersenbloeding geconstateerd. Een week lang vreesden we voor zijn leven. Hij kwam erdoor heen, maar deze Paaszondag betekende een keerpunt in onze levens.

Hij was nu links-zijdig verlamd. Zijn hele leven was hij een zelfstandig, nuchter, zelfverze-kerd, leidinggevend mens, en nu was hij in één klap afhankelijk van anderen. Tweeëneenhalf jaar verbleef hij in de verpleegkliniek. Verschrikkelijk!!! En steeds weer werd tegen mij gezegd dat hij niet meer thuis kon wonen. Maar ik bleef naar mogelijkheden zoeken. In december 2001 besloot ik mijn man tóch thuis te gaan verzorgen. Hoewel dat vaak zwaar voor mij was, was het ook een liefdevolle en vruchtbare tijd voor ons, waar we in dankbaarheid op terugkijken. “Ik voel me weer mens”, zei hij.

Kerst 2004. “Derde” Kerstdag zou mijn man, na maanden van wachten met hevige pijn, eindelijk worden opgenomen in het ziekenhuis. Opluchting. Een opname van 5 dagen, een kleine operatie. Hij moest op een isolatiekamer liggen omdat hij een ziekenhuisbacterie (MRSA) had opgelopen. Maar het kon nog erger: de operatie werd twee keer uitgesteld en daar bovenop ging er nog van alles mis. Vijf dagen werden 3 weken. Toen volgde een opname op de I.C., in eerste instantie voor een dagje. Maar de volgende dag hoorden we dat zijn toestand verslechterd en nu zorgelijk was.
Vanwege de isolatiemaatregelen (handschoenen, mondkapje, etc.) had ik nu al weken geen huid-op-huid contact met mijn man gehad, en hij had al die tijd alleen maar ogen gezien.

Op vrijdag 21 januari 2005 werden we gebeld vanuit het ziekenhuis, ze wilden met ons, mijn kinderen en mij, praten. Ze vertelden ons dat ze alle apparatuur stop wilde zetten en hem rustig wilde laten sterven. Op dat moment kwam er een hevige paniek over mij heen en kon ik dit niet toestaan, waarop mijn kinderen met de artsen de afspraak maakten ons even tijd te geven om te overleggen.

Dit was niet de eerste keer dat mijn man “op sterven” lag. Op zijn 28-ste was hij er zeer ernstig aan toe na een auto-ongeluk; ik was 21, we waren anderhalf jaar getrouwd, ons dochtertje 4 maanden oud. Mijn man kwam er daarna langzaam bovenop, 6 maanden later stierf mijn vader. Op zijn 48-ste kreeg mijn man een hartinfarct die hem bijna fataal werd. Op zijn 68ste bracht de hersenbloeding hem op het randje van de dood, en nog geen jaar later (begin 2000) werd er voor zijn leven gevreesd toen hij aan de volledige beademing moest.

En nu lag hij dus wéér aan de beademing en kwam weer het bericht dat hij het niet zou redden. Moesten we nu echt afscheid van hem nemen?
Jaren geleden had ik boeken gelezen over leven na de dood en bijna-doodervaringen. Het sprak me toen erg aan en ik begon er meer en meer in te geloven.
Vier jaar geleden had ik een korte droom over mijn overleden zwager, waarin hij mij een paar seconden dat grote geluksgevoel liet voelen, zoals het in de verhalen van de bijna-dood-ervaringen beschreven staat. Het waren maar een paar seconden, maar het heeft zo’n onbeschrijfelijke indruk op mij gemaakt, dat ik dat gevoel altijd weer kan oproepen. Het gaf me altijd enorm veel steun in moeilijke tijden.
Toen het opeens wéér zo dichtbij kwam, de dood van mijn man, was het voor mij niet meer een geloven maar een zeker weten. Ik voelde het zo diep in mijn hart, dat er voor mij geen twijfel meer bestond.

Nu ik weer naast zijn bed zat, kwam er opeens zo’n serene rust over mij en denkend aan dat grote geluksgevoel dat ik toen zelf even gevoeld had, kon ik in gedachten tegen mijn man zeggen: “Als jij dáár naar toe kunt gaan, dan ga maar. Ik laat je los. Ik gun het je zo!!!!”. Het voelde zo goed en ik voelde zo veel liefde voor hem. Anderhalf uur later is hij overleden … sneller dat de artsen hadden verwacht.

Doordat mijn man acht dagen aan de volledige beademing had gelegen, was hij zo opgezwollen dat zijn lichaam voor ons bijna onherkenbaar was geworden. Dat heeft mij en ons enorm geholpen om zijn lichaam te kunnen loslaten. We kwamen in zo’n rust, die we eigelijk niet konden verklaren.

Tijdens de voorbereidingen van de begrafenis bleven we ons zo voelen. Ook ‘s-nachts kwamen er geen akelige gedachten of beelden bij mij op. Ik kon het niet verklaren. Steeds weer zei ik maar tegen mezelf, en ook tegen de kinderen, dat ik zo blij voor hem was en dat ik het hem zo gunde. Ik was er zo zeker van dat mijn man het nu goed had, dat hij nu helemaal gezond en echt gelukkig was.
Steeds ook praatte ik in gedachten met hem en twee dagen voor zijn uitvaart voelde ik (ik hoorde het niet, ik voelde het in mijn hoofd/hart komen) dat hij tegen me zei: “Ik ben je zo dankbaar dat je mij hebt laten gaan”.

Het is nu al ruim vijf maanden geleden en vaker heb ik gedacht: “nu zal het wel komen het grote verdriet, het gemis”. Maar elke dag ben ik weer zo dankbaar dat ik het nog steeds kan voelen zoals in het begin. HET IS EEN WONDER!!!!!!!.

Zeker, heb ik ook wel eens moeilijke momenten, bijv. toen zijn rolstoel, ziekenhuisbed en transfermiddel opgehaald werden. Het was of er steeds wat meer van hem weggehaald werd. Maar gelukkig duurde het nooit lang, ik bleef er gelukkig niet in hangen. Weer hoorde ik zijn woorden in mijn hoofd/hart, hij zei: ”Wees blij dat ze weg zijn, ik heb ze niet meer nodig”. Ik kan zijn liefde zo blijven voelen. Het geeft zo’n heerlijk gevoel.
Een tijdje geleden vroeg ik hem om me te helpen met de vrijdagen (zijn sterfdag; dan was ik steeds even verdrietig). Weer voelde ik zijn antwoord, hij zei: “Draai het om en verheug je op de vrijdagen, want dat is de dag waarop ik naar het licht ben gegaan.” Daarna was dat gevoel anders, soms denk ik er maar heel even aan. Maar bovenal is er steeds die liefde die als een fontein van schitterend licht over mij heen komt.

Ik heb er erg veel moeite mee als mensen mij vragen hoe het met mij gaat. Ze zeggen er meteen bij “Moeilijk hé!”. Ik weet dan niet goed wat ik moet antwoorden. Ik ben bang dat als ik hen de waarheid vertel en zeg dat het goed met me gaat, dat ze dan denken: “Ze zal wel niet van hem hebben gehouden”. En dat terwijl onze liefde zo groot was en nu nog zoveel groter is. Soms praat ik dan maar met hen mee, maar ik voel dan alles in mij in opspraak komen. Daarom probeer ik gaandeweg er heel voorzichtig met mensen in die richting over te praten. Ik merk dat vooral mensen die zelf ook met verlies te maken hebben gehad, er niets van begrijpen. Vaak heb ik het gevoel dat zij dan denken: “Zijn wij dan gek!”. Anderen willen er graag meer over horen. Steeds vragen ze me dan “Geloof jij daar werkelijk in?!”.

Voor mij is het geen geloven meer, maar een zeker weten. En ik voel zo’n sterke behoefte om dit gevoel aan anderen door te geven. Ik wil niet beweren dat ik de “waarheid” in pacht heb. Maar als ik me kan voelen zoals ik me voel bij en na het overlijden van mijn man, moet er toch enige waarde in zitten. En dat wil ik graag delen met anderen.
Ik hoop dat zij de liefde van hun dierbare dan ook gaan voelen en merken welke troost dat geeft. Misschien wordt zo een beetje van hun verdriet verzacht.