| Is hier sprake van een medische fout? | Terug..... |
|
Woensdag 3 november 2004, 10.45 uur
afspraak bij internist dhr. ………….
Aanwezig: Internist dhr. Patiënt dhr. Dochter van patiënt mw. Op deze dag zou bekend worden gemaakt wat de uitslag was van het onderzoek dat had plaatsgevonden op 13 oktober 2004. Nog voor dat de internist de uitslag bekend maakt vraagt hij aan de patiënt wat hij zelf denkt wat de uitslag zou kunnen zijn. De patiënt geeft als antwoord dat hij gezien de klachten denkt dat hij kanker heeft. Internist zakt onderuit op zijn stoel, slaat armen over elkaar heen en zegt dat het geen kanker is. Internist vraagt vervolgens aan patiënt waarom hij denkt dat het dan wél kanker zou kunnen zijn. Patiënt geeft aan veel pijn te hebben in zijn bovenbuik en rug, last te hebben van een wisselend ontlastingspatroon, slechte eetlust en veel gewichtsverlies. Als patiënt vervolgens aangeeft waar hij dan precies pijn heeft, in zowel buik als rug vraagt de internist, op een op de dochter nogal overkomende botte manier, “waar heeft u nu precies pijn, in uw buik of rug,” terwijl patiënt duidelijk aangeeft in beide plekken pijn te hebben. De internist begint vervolgens een verhaal op te hangen of patiënt wel weet hoeveel onderzoeken er al plaats gevonden hebben en of hij zich wel realiseert wat deze onderzoeken allemaal gekost hebben. Tevens maakt hij de patiënt duidelijk dat als hij zegt dat de patiënt geen kanker heeft dit ook niet het geval is. Internist blijkt in staat te zijn om de conclusie te kunnen trekken dat een patiënt met een kankerverleden van ruim 15 jaar en waarbij op 31 december 2003 zijn rechternier + tumor zijn verwijderd, nu totaal genezen zou zijn, niet reagerend op de klachten die patiënt aangeeft. Vervolgens valt er een stilte waarop internist de patiënt op zeer indringende wijze gaat zitten bekijken. Als patiënt vraagt wat hij aan het doen is zegt hij de patiënt aan het observeren te zijn. Patiënt neemt gesprek over en geeft aan dat zijn broer een maand geleden aan kanker is overleden en vraagt zich af of het mogelijk is om zijn pijnmedicatie te verhogen wetende dat zijn broer hier baat bij heeft gehad. Internist vraagt wat patiënt dan zoal slikt. Aangezien patiënt een waslijst aan medicatie gebruikt en dit bekend was in het ziekenhuis, verwijst dochter de internist naar een lijst van medicijnen die is opgesteld in het ziekenhuis en die wellicht in het dossier van patiënt zou kunnen zitten. Patiënt zelf is niet in staat om alle medicatie aan te geven omdat zijn echtgenote dit allemaal voor hem bijhoudt. Als internist niet aangeeft iets aan de medicatie te wijzigen raakt patiënt in paniek en geeft aan dan maar een pil te geven zodat hij er een einde aan kan maken want van hem heeft hoeft het niet meer langer. Vervolgens is de dochter aan de beurt. Patiënt geeft aan wel naar de wachtkamer te willen verdwijnen zodat internist alleen het gesprek met dochter kan voeren, maar dit is niet nodig. Ook op de dochter wordt de observatie techniek toegepast. Dochter heeft moeite met wijze waarop arts de patiënt aanspreekt maar weet zich in te houden. “Wat denkt u ervan,” vraagt de internist aan de dochter. De dochter geeft aan zeer verheugd te zijn met de uitslag van het laatste onderzoek (hebben er reeds vele plaatsgevonden dit jaar) maar wil wel van de internist weten waarom haar vader zoveel pijn heeft, een verstoorde stoelgang, ruim 30 kilo afgevallen en geen eetlust heeft. Alle klachten zijn al vanaf medio april aangegeven door patiënt (terug te vinden in de medische dossiers die door het ziekenhuis aan de dochter zijn overhandigd). Internist geeft hierop geen antwoord en gaat in het dossier lezen. De internist mijmert (af en toe opkijkend uit het dossier) “heeft u nog wel zin om dingen te ondernemen, geeft u het niet op, en ja de leeftijd reeds 75 jaar.” Vervolgens geeft dochter aan dat patiënt helemaal niet aan opgeven denkt, dat de familie hem dit jaar al twee maal ervan heeft moeten weerhouden om een stukje land te nemen om groenten te verbouwen (zijn lust en zijn leven). Hij is niet in staat om de ene voet voor de ander te zetten, kan niet meer auto rijden. Is geen kwestie van opgeven maar van opgegeven zijn. Vervolgens laat de patiënt aan de internist de breuk onder aan zijn buik zien waar hij veel last van heeft. Van het ene op het andere moment begint de internist over de hand van de patiënt waar hij (al zins jeugdige leeftijd) een aantal vingers mist. “Kijk als u daar wat aan laat doen is dat een esthetische operatie (waar slaat dit op), zo ook de operatie aan uw buik. Ik zie in ieder geval geen indicatie voor herstel van de buikwandbreuk, heb het daar nog maar eens over met uw uroloog.” Vervolgens wordt voorgesteld om bloed te prikken en om over drie weken maar weer eens terug te komen. Patiënt verlaat overstuur de kamer en dochter moet hem geruststellen. Zie je wel ze geloven me niet, die dokters zijn gek, ik heb wel kanker. “Luister pa, zegt de dochter, laten we maar eerst het bloedonderzoek afwachten misschien levert dat meer op,” dit om hem gerust te stellen. Op 9 november om 03.00 uur in de nacht raakt patiënt in paniek en roept om zijn echtgenote. Zij heeft hem naar beneden getild en de huisarts gebeld. Patiënt is niet meer in staat om op zijn benen te staan en zijn vrouw haalt vervolgens een matras naar beneden om hem daar op te leggen. Dienstdoende arts verschijnt maar schrijft alleen maar een pijnstiller voor die de echtgenote die ochtend maar moet gaan halen. Om 06.00 uur gaat het zo slecht met patiënt dat zijn echtgenote wederom de dienstdoende arts belt en die bij aankomst constateert dat patiënt met spoed naar het ziekenhuis moet worden gebracht. Volgens ………………………………. was patiënt thuis reeds in shock geraakt na anaal bloedverlies. …………………. besluit om patiënt te laten overplaatsen naar het ………………… ziekenhuis alwaar de patiënt (na een operatie in comateuze toestand te worden gehouden) op 9 november om 22.16 overlijdt ten gevolge van een ver gevorderd stadium van PANCREASKANKER. Kanker????????? Niet volgens de behandelde internist, als IK zeg dat u geen KANKER heeft dan heeft u dat niet!!!!!!!!!!!!!!!!! Vervolgens mogen de nabestaanden het met de volgende woorden doen van de behandelende arts: “Op 3-11 heb ik hem dus nog gezien en achteraf heb ik de situatie helemaal fout beoordeeld, op 9-11 komt hij binnen via de spoed eisende hulp met uiteindelijk overlijden op dezelfde dag nog. Ik vind en vond het dramatisch.” Ja, dat heeft u zeker maar daar neem ik geen genoegen mee. Op 26 januari 2005 heeft er een gesprek plaatsgevonden met behandelende arts. N.a.v. de uitkomst dit (onzin) gesprek heb ik besloten een stap verder te gaan. Ik krijg mijn vader hier niet mee terug maar verder gaan met mijn leven zit er (nu) nog niet in. “ Uw vader heeft onnodige en ondraaglijke pijnen geleden, doe hier wat mee, al is het maar in belang van andere patiënten”, galmt er nog steeds in mijn hoofd. Jammer dat ik geen steun van deze arts kan/mag ontvangen in de strijd naar mijn vaders onrecht wat hem is aangedaan en hem uiteindelijk het leven heeft gekost. Hoe, wat, waar, ik blijf vechten. Wellicht kom ik de juiste persoon / instantie nog tegen die mij hierin kan bijstaan, maar door ga ik. Medische fout: Is een medische handeling hetgeen met de huidige stand van de medische kennis, voorkomen had kunnen worden. Is hier sprake van een medische fout? · Jawel, de internist is niet alert geweest, zeker gezien de voorgeschiedenis (kanker gedurende 15 jaar, op 31 december 2003 is zijn rechternier en een tumor nog verwijderd) van de patiënt. · Internist heeft niet geluisterd naar patiënt terwijl deze alle klachten (Klachten bij alvleesklierkanker zijn in het algemeen een zeurende pijn boven of midden in de buik, een verstoord ontlastingspatroon, verminderde eetlust en gewichtsverlies) al geruim langere tijd had aangeven en hier ook de nodige keren met spoed voor is opgenomen.. Met zijn kennis van zaken, conform bovenstaande uiteenzetting, pancreaskanker over het hoofd te zien geeft mij een dramatische zorgwekkend gevoel. · Van goede palliatieve zorg is hier geen sprake van geweest. Er is tijdens een opname nog wel gesproken over pijnmedicatie maar er wordt geen verdere actie ondernomen VERDRIET (om het verlies van mijn vader) BOOSHEID (naar de wijze waarop de arts zijn opmerkingen probeerde te verdraaien, hij dacht het ene maar zij iets anders, de pijnbestrijding die hem is ontnomen omdat ze niet wisten waar de pijn vandaan kwam daarom kreeg hij niets, waarom bepaalde onderzoeken niet herhalen en ga zo maar door, nergens wist de arts een zinnig antwoord op te geven (daar moet je het maar mee doen.) ANGST (de gevoelens die bij mij opkomen dat het voor mij allemaal niet meer hoeft, gelukkig besef ik ook dat er nog mensen zijn waar ik voor door moet gaan) SCHULD (waarom heb ik niet kunnen ontdekken wat mijn vader mankeerde, terwijl het zo makkelijk te vinden was op internet, na zijn overlijden) En zo zijn er nog meer gevoelens waarmee ik rond loop en die nog steeds geen plekje kan geven. Wat zou ik niet voor over hebben om je nog eenmaal te zien/ horen en te laten weten dat je al die tijd gelijk hebt gehad. Ik mis je zo papa. Ingrid |