Mijn verhaal Terug.....

Marie-Anne 17 juli

Onderstaand verhaal beslaat een periode van zes maanden na de dood van de ouders van de auteur.

Getracht wordt met een minimum aan feiten  een maximum aan emoties weer te geven in een poging het verhaal herkenbaar te maken voor meerdere lezers.


27 december 2002 00.30 uur

Hier in Engeland gaat de telefoon. Het ziekenhuis in Nederland, waar mijn moeder die dag is opgenomen. "Het gaat heel slecht met uw moeder". Mijn hart gaat als een razende tekeer. Het moment dat ik 16 jaar aan heb zien komen. Verbijsterd, toch. Shock. Ongeloof, toch. Ook mijn man kan het niet geloven. Ik wist dat het stond te gebeuren, maar had het vandaag nog niet verwacht. Ben je ooit voorbereid?

Het is 00.45 uur. De telefoon. Ik vraag niet eens wie het is. "Is ze nu dood", vraag ik. Dit wordt bevestigd. Ik schakel onmiddellijk over in "regelmode". Ik leg de telefoon neer. "Ze is dood", vertel ik mijn man. Ik weet niet meer hoe hij reageerde. Ik zeg dat ik mijn vriendin ga bellen. "Zo laat nog". vraagt hij. Ik bel. "Mama is dood" zeg ik. De enige keer dat ik dat zal zeggen. Tegen ieder ander zeg ik: mijn moeder is overleden. Van dat gesprek weet ik ook niets meer. De schok bij mijn vriendin, dat herinner ik me. Niet meer wat ze zei of wat ik zei. Ik hang op.

Ik voel opluchting door me heen golven. Ze lijdt niet meer. Daar ben ik zo blij om. Ik herinner me dat ik dat ook aldoor zeg. Zo blij dat ze niet meer lijdt. Dan ga ik weer over in regelmode. Ik moet morgen naar Nederland. Tas pakken, paspoort. Ik zit op het logeerbed met die tas. Mijn man is me gevolgd. En ik praat. Ik kan niet ophouden. Ondertussen verzamel ik papieren, kleren, etc. En ik praat. Uren. Mijn man haalt me over om toch wat te gaan slapen en we gaan naar bed. Als ik eindelijk stil ben, lig ik met open ogen. Van allerlei praktische zaken schieten me te binnen. Dit doen, dat doen, oh, dit niet vergeten. En zo lig ik de rest van de nacht wakker.

28 december

Van de busrit naar Nederland kan ik me niets herinneren. Mijn man kan niet mee. Hij moet nog een nieuw paspoort aanvragen. Ik herinner me alleen dat ik me realiseerde dat ik nu nooit meer 18 uur in die bus hoefde te zitten. Ik ken de chauffeur en vertel hem waarom ik naar Nederland ga. Maar het is alsof het om iemand anders gaat.

29 december

En dan naar het ziekenhuis waar ik haar rolstoel en persoonlijke spulletjes op moet halen. Ik ken veel personeel daar, niet deze verpleegkundige. Ze gaat het spoelhok in en rijdt mijn moeders rolstoel met haar tas erin naar buiten. Dat is de eerste keer dat ik besef dat mijn moeder dood is. Die rolstoel waar ze nooit meer in zal zitten. Even schiet er een soort pijnscheut door me heen, maar het drijft over. Ik ga naar mijn moeders flat, waar ik de komende maand zal wonen, totdat alles geregeld is.

30 december

Ik regel de uitvaart van mijn moeder in 20 minuten. De adressen waren al klaar, ook de rouwadvertentie. Ik weet precies wat er moet gebeuren. Ik maak grapjes met de ondernemer, ben opgewekt, nuchter. Geen emoties, geen tranen. Het gaat niet om mij. Het is niet mijn moeder die is overleden. Ik moet dit gewoon regelen. Maar ik voel wel dat ik dit voor haar moet doen. En goed. Tegenstrijdige emoties. Nuchterheid, ontkenning, maar tegelijkertijd wel degelijk beseffen dat het om mijn moeder gaat. Maar ik voel niets. Geen verdriet, geen pijn, alleen aldoor die opluchting dat het voorbij is voor haar.

Hoe ik de dagen tot de uitvaart doorkom? Ik regel. Schrijf brieven, regel bloemen, regel, regel. Hoop dat mijn man op tijd is voor de uitvaart. Ik zeg aldoor: ik heb 16 jaar generale repetitie gehad. Dit is de uitvoering. Niks bijzonders, toch? Bel mensen, ontvang mensen, eet met mensen. Ik doe en ik voel niet veel.

3 januari 2003

Dag van de uitvaart. Mijn man is er. Gelukkig. Dat voelt veilig. Ik begin me zorgen te maken. Mijn moeder was zo'n waardige vrouw. Ik moet en zal die waardigheid eer aan doen door de uitvaart met waardigheid te doorstaan. Maar kan ik de speech houden zonder af te breken? Ik wil niet teveel huilen. Ik wil er zijn voor de anderen. We gaan naar de ondernemer waar mijn moeder ligt opgebaard. Ik zie de kist in de lijkwagen. Daar ligt ze. Even dringt dat door. Ik hoop dat ze voorzichtig met haar zijn. Ze had zo'n pijn. Onlogische gedachte, wel een gevoel. Dus toch?

Omringd door mijn man en andere naasten voel ik me toch heel alleen. Alleen verantwoordelijk voor het waardige verloop van deze dienst, in de geest van mijn moeder. Voor altijd staat het beeld op mijn netvlies van de gang over het middenpad naar mijn plaats. Waar de naasten zijn weet ik niet meer. Het voelt alsof alleen ik helemaal alleen in een eigen wereld ben. Het voelt niet eenzaam, ik ben me alleen van niemand bewust. Ik zie de kist met bloemen. Maar voor mij is het een symbool. Kan geen verband leggen tussen de kist en het feit dat die het lichaam van mijn moeder bevat. De speech gaat vlekkeloos. Weinig tranen. Na afloop mensen die me omhelzen. Ik probeer ze allemaal persoonlijke aandacht te geven. En nog voelt het niet alsof het om mij gaat en dat ik zojuist mijn moeder "de laatste eer heb bewezen". Dat gevoel zal me de rest van de dag niet meer verlaten. Ik geniet nog even van het gezelschap van mijn man. Morgen gaat hij weer naar huis. Hij komt me aan het einde van de maand weer ophalen.

8 januari 2003

Vandaag ga ik mijn vader opzoeken die ook ziek is. Om 09.00 gaat de telefoon. Dat irriteert. Ik ben druk bezig voordat ik weg moet. Mijn tante. Of ik het al gehoord had. Wat? Je vader is een kwartier geleden overleden. Het enige wat ik kan zeggen is: "dat meen je niet, dat meen je niet". Mijn hart gaat als een razende tekeer, ik tril op mijn benen, mijn handen beven zo dat de telefoon eruit valt. Dit kan niet. Ik raak in paniek. Moet praten. Mijn vriendin op kantoor bellen, mijn man. Ik moet mensen om me heen hebben. Ik ben de kluts helemaal kwijt. Kan alleen maar denken: "wat moet ik nou". "Niets", klinkt het nogal bitse antwoord in mijn hoofd. Je moet niets. Je kunt niets. Dit is niet jouw verantwoordelijkheid. Dit regelt zijn zoon. Dat zegt mijn verstand, maar ik ben nog steeds in paniek. Mensen komen, we besluiten dat mijn man niet weer overkomt. Ik schrijf een speech achter elkaar. Dan is het kwartje op. Ik zit opgevouwen in een stoel. Tien dagen na de dood van mijn moeder begint het eindelijk tot me door te dringen dat ze nu alletwee weg zijn. En ik kan niet veel anders dan zitten en huilen. "Ik weet het gewoon even niet meer" is alles wat ik weet te verzinnen. "Het komt wel weer hoor, maar nu weet ik het even niet meer". Ik hoor mijn eigen zielige stemmetje in mijn oren. Spreek mezelf in mijn hoofd bestraffend toe. Nou zo kan het wel weer. Trek jezelf hieruit. Maar het lukt niet. Ik sta op. Loop doelloos dingen te doen. Pak dingen op en weet niet meer wat ik er mee wil. Men dwingt me te gaan zitten. En ik huil weer even.

Januari 2003

De uitvaart van mijn vader is achter de rug. Hoewel ik me emotioneler voelde, is ook hier mijn speech vlekkeloos verlopen. Mensen weten niet wat ze tegen me zeggen moeten. Nee, dat zou ik in hun geval ook niet weten.

Ik ontmantel stap voor stap de laatste plaats waar mijn moeder leefde. Langzaam verandert haar huis in een kale flat waar haar persoonlijkheid niet meer is. Ik heb mijn gevoel uitgeschakeld. Alleen dan kan ik wegdoen wat weg moet en nuchter bekijken wat ik zelf hebben wil. Ik draag haar juwelen. Een stukje mama dichtbij.

En dan is het de laatste dag. Mijn man is er al een paar dagen. We gaan naar huis. Ons leven tegemoet zonder mijn ouders. Ons leven samen, zonder ook zijn ouders. Even komen de tranen. Nooit meer is even een gevoel. Dan trek ik voor de laatste keer de deur achter me dicht en stap in de bestelwagen. Op weg naar huis. Naar Engeland. Naar mijn toekomst. The first day of the rest of my life.

Ik laat dit land achter zonder hen. Ik neem afscheid van dit land. Ik kom er nog wel terug. Maar het zal voor altijd anders zijn.


Februari - juli 2003

Je ouders verliezen in 10 dagen tijd. Van de een verwacht, van de ander onverwacht. Wat doet dat met een volwassen dochter?

Je realiseert je dat je verstand kan bedenken dat hoe ouder je wordt, hoe kleiner de kans dat je je ouders nog lang bij je zult hebben. En toch, je ouders zijn een constante. Altijd in je leven geweest. Hoe ziet een leven zonder hen eruit?

In de maanden die volgen merk ik dat ik het gevoel behoud dat ik zo blij voor ze ben dat ze niet meer lijden. Daarmee ook het besef dat er aan "mijn" lijden een einde is gekomen. Mijn zorgen, mijn schrik, mijn paniek.

Maar het voelt alsof de draad is afgesneden. Alsof je "roots" zijn afgekapt. Ontheemd. Alleen.

Slaap wordt verstoord door nachtmerries. Zestien jaar ziekte en crises worden opnieuw beleefd.  Zodra het licht uit is en ik mijn ogen dicht doe, zie ik beelden. Beelden van de laatste uren van mijn moeder. Ik zie mezelf aan dat ziekenhuisbed zitten. Ik beleef dus scènes die zich in werkelijkheid niet hebben afgespeeld. En ik zie geen kans mijn gedachten om te buigen. Alle trucjes pas ik toe. Het helpt niet.

Ik ben moe. Zo moe. Is dit rouwen? Is dit verliesverwerking? Ik ben zelden bezig met het feit dat ze er niet meer zijn. Ik rouw om twee mensen die zo moesten lijden.

Ik leer leven zonder de dagelijkse en wekelijkse telefoontjes, zonder de 6-wekelijkse bezoeken. Het is verbazend hoe snel je je aanpast aan een nieuw levensritme.

Ik werk weer, merk dat mijn omgeving ook verder gaat met leven en dat van mij ook verwacht. Ik doe bijna weer "normaal". Er zijn zijn momenten dat ik me bijna weer de "oude" voel. Maar iets in mij voelt dat ik nooit meer de "oude" zal worden. Ik ben een volwassen kind zonder ouders.

Veel tijd wordt opgeslokt in het regelen van mijn moeders zaken. Teveel tijd. Teveel frustratie. Soms denk ik dat ik meer verdriet heb om alles wat mis gaat rond de nalatenschap dan over de dood van mijn ouders. En dat ik daardoor zelfs te weinig toekom aan rouwen. Andere momenten vraag ik mezelf af waar ik dan over moet rouwen. Want de lijdende mensen die ze waren wil ik niet terug. Dat wil ik niet voor ze. En door hun ziekte was hun persoonlijkheid ook veranderd. Hoe lang geleden heb ik mijn ouders eigenlijk al verloren?

In het begin kon ik bijna tot op de seconde benoemen hoelang ze dood waren. Nu ben ik me bewust van de dagen van de maand waarop ze stierven. De 28e en de 8e. Die dagen, daar sta ik bij stil. Ze zijn geen dag uit mijn gedachten. Soms voel ik dat ik de een tekort doe als ik aan de ander denk.

Er zijn dagen dat het nog steeds onwerkelijk voelt. Dat ik me nog steeds niet echt kan voorstellen wat het eigenlijk wil zeggen dat ik ze nooit meer zal zien. Maar er zijn meer dagen dat ik mijn leven leef zonder hen voortdurend te missen.

"Gedenkdagen" komen en gaan. Mijn trouwdag, ze waren beiden op mijn huwelijk, mijn verjaardag.  Die dag werd onvergetelijk gemaakt door de onverwachte overkomst van mijn vriendin en de moeite die mijn man heeft gedaan om het een mooie dag te maken. Er waren wat emoties, bedenkend dat mijn moeder altijd zo'n ophef van die dag maakte. Maar ik geniet van de dag, blij met de mensen die om me heen zijn op deze dag.

Er zijn momenten geweest dat ik, als een klein meisje, dacht: "ik wil mijn mammie terug", "ik wil weer bij mijn vader op schoot kunnen kruipen en naar zijn zelfverzonnen verhalen luisteren". Ik wil het kleine meisje zijn dat getroost werd door juist die mensen die ik verloren heb.

Maar ik bedenk me ook dat dank zij wat zij me hebben meegegeven, hun werkelijke erfenis, ik de kracht heb om zonder hen verder te leven zonder dat dit aan de kwaliteit van mijn leven inboet.

Er zijn weer nachten dat ik droomloos slaap. Er zijn nu dagen achter elkaar dat ik niet meer dat zware gevoel van binnen heb. Op mijn werk (ouderenpsychiatrie) zie ik niet meer in elke zieke vrouw mijn moeder, in elke demente man mijn vader.

Ik maak gebruik van de kennis en ervaring die ik in mijn persoonlijk leven heb opgedaan om meer diepgang in mijn werk te brengen, zoals ik de kennis en ervaring van mijn werk gebruikt heb in de omgang met mijn ouders.

Stapje voor stapje leer ik weer een leven te leven dat niet voortdurend in het teken staat van het verlies van mijn ouders.

Ik ben zo veel meer dan het volwassen kind zonder ouders.


Nabeschouwing

Het verlies van mijn dierbare. Het is een term die algemeen geaccepteerd is in onze taal.

Maar wat geeft het eigenlijk weer? Verlies geeft aan dat je iets dat van jouw was niet meer kunt vinden, kwijt bent..

Maar het is geen sleutelbos die je ergens op straat bent verloren.

Je naaste is nooit "van jou" geweest, zij waren hun eigen persoon. En je bent ze ook niet "kwijt".

De levende persoon is er niet meer, maar je weet meestal waar hun stoffelijke resten zijn, in een graf, verstrooid op een dierbaar plekje, misschien in een urn in je huis, om je nek in een hangertje.

Maar wie ze waren als mens en wat ze voor jou vertegenwoordigden is niet verloren gegaan. Dat leeft voort in je herinnering, in tastbare dingen zoals foto's.

En is dat niet waar het eigenlijk om gaat?

Zolang ze leefden integreerde je hun aanwezigheid in je leven. Je hebt een eigen leven opgebouwd waarvan zij onderdeel uitmaakten.

In dat opzicht verandert er dus niet veel. Het verschil is dat je ze niet meer daadwerkelijk kunt zien, horen, voelen. Maar als het goed is pak je je leven weer op en maken zij daar, door jouw herinneringen etc. nog steeds een deel van uit.

De dood van jouw dierbare is niet de dood van jouw leven, alleen maar van een deel van dat leven.

Wie bereid is te zoeken, zal ontdekken dat het leven ook na de dood van een dierbare, nog zo veel kan bieden.

©M.O. Drenth
Het copyright van de artikelen berust bij M.O. Drenth en B.J.Verheij, tenzij anders vermeld.
Niets uit deze artikelen mag worden overgenomen, zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
Voor toestemming kunt u contact opnemen via de contact knop van deze website.