| Udo............Dat is niet te bevatten, voor mij lijkt het gisteren. | Terug..... |
|
Ik ben Udo, 28 jaar.
Hieronder zal ik mijn 'levensverhaal' beschrijven: In die tijd was ik supertegendraads en ik denk dat dit vooral te maken had met mijn verzet tegen hun relatie. Een lange tijd werd het ook verborgen gehouden voor de buitenwereld, het was immers de broer van mijn vader!
Maar ik had al lang in de gaten wat er aan de hand
was.... Als kind al droeg ik lange tijd een groot geheim met me mee, niemand mocht iets weten van die relatie... Al goed…na een flinke tijd liep het tussen mij en mijn oom beter. Ik begon wat aan de situatie te wennen (en de buitenwereld ook, het was inmiddels 'openbaar' geworden). Hij besloot bij ons te gaan wonen, maar helaas niet voor lang. Hij overleed een paar dagen voor kerst, na een korte ziekte van een maand, aan longkanker.
In 1994 leerde mijn moeder een andere man kennen. Het moeilijkst van alles vind ik dat ik ‘geen kind
meer van iemand ben’. (Karin Bloemens lied ‘geen kind meer’
verwoordt dan ook precies hetgeen ik bedoel) Ik mis het ‘effe bellen
naar mn moeder, om even mn verhaal te doen. Ik bezoek nog regelmatig het kerkhof, waar mijn vader en moeder bij elkaar begraven liggen. Hun lichamen liggen daar, maar ik denk, ik hoop, dat is het goede woord, dat hun ziel ergens anders is. Ik geloof wel in een hemel, al ben ik niet altijd helemaal overtuigd. Wat mij opvalt is dat voor de buitenwereld alles al weer zo snel ‘normaal’ is. Een aantal maanden na het overlijden van mijn moeder keerde de rust weer wat terug. Mensen zagen me weer op een feestje of iets anders….En dan wordt er al snel gedacht: “Oh, met die jongen gaat het prima, hij doet al weer van alles”. Tja, ik hunker niet naar aandacht hoor, maar voor sommige mensen is het al weer zo ‘gewoon’, en ze leven gewoon hun eigen leven. Mensen van mijn eigen leeftijd hebben bijna allemaal hun ouders nog, in ieder geval nog één. Mensen spreken dan ook regelmatig over hun ouders en dat is hun goed recht. Maar soms doet het wel erg veel pijn. Dan zou ik ze graag voor hun smoel willen slaan en willen zeggen: 'Rot op met die stomme verhalen'. Dat is natuurlijk heel onredelijk van mij. Het feit dat ik beide ouders verloren heb brengt veel meer te weeg dan je in eerste instantie zou denken. Plots is alles weg. Het contact met bepaalde familieleden en vrienden van mijn moeder is sinds de dood van haar veel minder geworden bijvoorbeeld. In het huis van mijn moeder trof je elkaar regelmatig. Inmiddels is mijn moeder al weer twee jaar dood.
Dat is niet te bevatten, voor mij lijkt het gisteren.De tijd gaat
ontzettend hard, het is bijna niet te geloven. De pijn wordt
misschien wat minder maar het gemis wordt alleen maar groter, bij
mij tenminste. Het idee dat ik mijn verdere leven nooit meer even
naar mijn ouders kan, dat benauwt me wel eens. Als een bloem zo is het leven ’t begin is teer en klein De één die bloeit uitbundig de ander geurt heel fijn Sommige bloemen blijven lang weer anderen blijven even Vraag niet bij welke bloem je hoort dat is ’t geheim van het leven Ik had graag gehad dat met dit gedicht een eind gekomen zou zijn aan alle droevige gebeurtenissen in mijn leven,maar helaas, het moest anders zijn… Een aantal maanden na het overlijden van mijn moeder bleek dat mijn schoonmoeder longfibrose had. Na enige tijd kwam ze op een wachtlijst voor nieuwe longen. Het was op een gegeven moment erop of eronder. Maanden van spanning volgden: “Zou ze de kans krijgen voor nieuwe longen?” Gelukkig bleek dat ze die inderdaad zou krijgen. Het was een ontzettend zware operatie en duurde rond de twaalf uur. Pffff, wat was dat spannend. Na maanden van revalidatie kwam ze eindelijk weer thuis en kon ze beginnen aan het échte herstel. De rust leek wat wedergekeerd en het herstel verliep niet geheel naar wens, maar ze had wél nieuwe longen! Helaas, plotseling, ineens, was ze er niet meer, in januari 2005 is ze overleden… I.p.v. vier ouders hebben wij er samen nu nog maar één en dat is voor mensen die in de twintig zijn wel erg weinig, al zeg ik het zelf. Mensen die mijn geschiedenis kennen weten ook niet goed meer wat ze er van zeggen en-of denken moeten. “Je moet het toch maar weer een plaatsje geven”, wordt er gezegd, maar soms denk ik: “Het is vol, er is geen ruimte meer”. En toch probeer ik te blijven denken: Ik leef NU……. Laatst las ik ergens: “Woorden halen het niet bij het gevoel”. Dat kan inderdaad soms zo zijn ja………. |