Fasen van rouw

Rouw kent vele gezichten.

Hoe dat rouwproces verloopt, is afhankelijk van de emotionele relatie die je met de overledene had, hoe je eigen persoonlijkheid is en hoe je omgeving reageert op jouw verwerkingsproces.

Toch kent rouwverwerking een aantal overeenkomstige kenmerken.

Elisabeth Kubler-Ross, Amerikaanse psychiater van Zwitserse origine en schrijfster van Lessen voor levenden, hield zich bezig met mensen, die gaan sterven.

Zij beschrijft vijf fasen, die aangeven hoe mensen afscheid nemen van het leven, te weten:

  • fase 1: ontkenning,

  • fase 2: woede,

  • fase 3: onderhandelen,

  • fase 4: heroriëntatie

  • fase 5: acceptatie of aanvaarding.

(bron: http://www.verlaatverdriet.nl/col0204maria01.html)

Deze fasen kunnen een herkenbare leidraad vormen in het herkennen van emoties. De fasen zijn niet afgebakend in tijd. Ook in fase 5: acceptatie of aanvaarding kunnen er momenten van ontkenning of woede zijn. En in de 1e fase kunnen er momenten zijn waarop je werkelijk kunt accepteren dat je naaste er niet meer is.

Onderstaand een uitdieping van bovenvermelde fasen.

De in cursief gedrukte fragmenten zijn persoonlijke ervaringen van de auteur.

Fase 1: Ontkenning

Toen mijn tante tien dagen na het overlijden van mijn moeder opbelde om me te vertellen dat mijn vader nu ook was overleden, heb ik geroepen: dat meen je niet, dat meen je niet.

Als iemand je vertelt dat een zeer naaste is overleden, of als je aanwezig bent bij het overlijden, dan is vaak je eerste reactie: dit kan niet. Morgen word ik wakker en dan blijkt het een nare droom. Het kan niet zo zijn dat ouder/partner/vriend er werkelijk niet meer is. Als jij degene bent die dan van alles moet gaan regelen, dan ben  je soms niet in staat het allemaal te overzien, of je handelt zonder gevoel, alsof het niet jouw en je naaste betreft. Zelfs tijdens of na de uitvaart kan dat gevoel van onwerkelijkheid heel sterk zijn.

Onze geest heeft de neiging zich af te sluiten als gebeurtenissen te veel zijn om te omvatten. In dat stadium is er vaak sprake van ontkenning.

Fase 2: woede

Mijn woede was gericht op de zorgverlening die, vooral mijn moeder, zo hopeloos in de steek had gelaten. De huisarts die de ernst van de zaak niet in wilde zien en niet van mijn moeder en mij wilde accepteren dat ze stervende was. De thuiszorg die het af liet weten.

Veel mensen echter, richten hun woede op de overledene. Waarom heb je me in de steek gelaten. Ik kan je toch nog niet missen? Ze stellen de overledene verantwoordelijk voor hun verlies en alles wat zij nu meemaken.

Fase 3: Onderhandelen (hier wordt bedoeld onderhandelen met het lot)

Mijn vader stierf twee uur voordat ik hem zou bezoeken. Vanuit zijn vorm van dementie, wist hij nog precies wie ik was en ik was heel belangrijk binnen zijn afgenomen belevingswereld. Ik heb me afgevraagd: als ik nou een dag eerder was gegaan, dan had ik hem nog in leven gezien. Als ik etc.

Mensen proberen zichzelf doelen te stellen om zo het verdriet op te splitsen in beheersbare onderdelen. Tijd wordt opgesplitst. Vandaag wil en kan ik even niet sterk zijn, maar morgen begin ik opnieuw.

Fase 4:  heroriëntatie

Voor mij persoonlijk is deze fase minder ingrijpend, omdat mijn leven binnen mijn gezin eigenlijk gewoon doorgaat. Doordat mijn ouders in een ander land leefden, was er sprake van twee werelden. Hoewel ik op afstand wel degelijk actief deelnam aan zorgaspecten (meer het regelen ervan), komt het verlies van mijn ouders praktisch gezien neer op minder op en neer reizen naar Nederland.

In veel gevallen is de dood de laatste fase van een ziekte. Die ziekte en de verzorging en ondersteuning die dat met zich meebrengt, is een geïntegreerd onderdeel van je leven geworden. Nu is dat weggevallen en moet je dat deel opvullen met nieuwe activiteiten. Vaak heb je gedurende het ziekteproces al nagedacht over de invulling en komt nu de tijd om dat te verwezenlijken.

Als de dood plotseling is,  heb je die voorbereidingstijd niet. Juist dan is deze fase belangrijk om jezelf de ruimte te geven, opnieuw invulling aan je leven te geven.

Klassieke vraag: wat doe ik met de rest van mijn leven?

Bij het verlies van je ouders als volwassene, kan de heroriëntatie soms bestaan uit het opnieuw indelen van je tijd. Waar eerst zoveel uren per dag/week/maand besteed werd aan de zorg voor de ouder, het bezoeken in tehuis of ziekenhuis, kan deze tijd nu besteed worden aan het gezin of aan jezelf.

Bij het verlies van een kind valt er opeens een heel druk schema weg. De betrokkenheid bij schoolactiviteiten, sport etc.  Ook als er nog andere kinderen in het gezin zijn, wordt toch de invulling van tijd en energie anders.

Tot zover is voornamelijk de praktische kant van heroriëntatie beschreven.

Heroriëntatie kan echter ook betekenen dat het een periode van zelfreflectie is.  

Wat heeft dit verlies betekent voor mijn emotionele ontwikkeling? Heb ik mijn visies op leven en dood door dit verlies bijgesteld en in hoeverre gaat dat de rest van mijn leven beïnvloeden?

Soms volgt deze fase op een periode van depressieve gevoelens, waarin je je hebt opgesloten in jezelf en soms zelfs mensen hebt afgestoten. Nu ben je, met of zonder professionele ondersteuning weer in een fase waarin je stapje voor stapje je leven weer vorm probeert te geven.

Fase 5: acceptatie of aanvaarding

Ik realiseer me steeds meer dat het goed is dat mijn ouders niet meer leven. Ze leden beiden onnoemlijk veel pijn, zowel emotioneel als lichamelijk en dat zou nu alleen maar erger zijn geweest. Ik accepteer dat hun dood een onvermijdelijke eindfase van hun ziekte is en aanvaard het feit dat ik ze niet meer zien en voelen kan. Toch zijn er dagen dat ik ze geweldig mis en verdriet weer even heel acuut is.

Na een periode van enorme emotionele onrust, kom je langzaam weer in rustiger water terecht. Je ontdekt dat je een dag kunt doorbrengen zoals je dat voor hun dood deed. Genieten van een strandwandeling, of een avondje met vrienden. Het gevoel van verlies is niet meer zo prominent in je gevoelswereld aanwezig.

In de beginfase kun je bijna tot op de minuut vertellen hoelang het geleden is dat je je dierbare verloor, daarna de dag van de maand en dan komt er een maand dat je die dag voorbij laat gaan, zonder er bij stil te staan.

Je realiseert je dat het mogelijk is je leven weer te leven, ook zonder die naaste. Hoewel veel in je gedachten, kun je je beter concentreren op andere dingen.

Hoe lang het duurt voordat je deze laatste fase bereikt, hangt af van vele factoren.

  • Hoe groot is het trauma rond het overlijden?

    • heel veel factoren spelen hierbij een rol. Was je aanwezig bij een moeizaam stervensproces, was je betrokken bij een ongeval waarbij een naaste overleed? De schok rond een plotselinge dood is weer anders dan die bij een lang verwachtte.

  • Hoe was je relatie met de overledene?

    • De realiteit leert dat het langer duurt voordat je deze fase bij een partner of kind bereikt dan wanneer het je oma betreft die je eens in de paar maanden zag.

  • Hoe stond je voordien emotioneel in het leven?

    • Ben je altijd iemand geweest die bij tegenslagen moeite had je balans weer terug te vinden?

    • Ben je altijd iemand geweest met een beschouwende visie zoals: het is niet anders?

  • In hoeverre heb je jezelf toegestaan dat schuldgevoel een rol speelde?

    • Veel mensen worden tijdens het verwerkingsproces overvallen door schuldgevoelens. Had ik maar..... (de dokter eerder gebeld,  gestaan op terminale zorg, meer tijd besteed aan de overledene) en Was ik maar....(vaker naar mijn grootouders/ouders toegegaan, wat aardiger geweest, eerder van huis vertrokken, dan was ik nog op tijd geweest, niet zo boos geweest op mijn kind die dag van het overlijden)  Dit is een van de moeilijkste fases om jezelf uit te trekken. Niemand kan je overtuigen dat jou geen blaam treft, alleen jij kan dat. Het gevaar kan bestaan dat je de lijst van had-ik-maar en was-ik-maar laat groeien tot het punt waarop je jezelf de dood van je naaste gaat verwijten. Om tot acceptatie en aanvaarding te komen, moet je in staat zijn te voelen dat jou geen blaam betreft.

    In een volgend onderdeel zullen de valkuilen binnen deze fasen worden besproken.

 

©M.O. Drenth
Het copyright van de artikelen berust bij M.O. Drenth en B.J.Verheij, tenzij anders vermeld.
Niets uit deze artikelen mag worden overgenomen, zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
Voor toestemming kunt u contact opnemen via de contact knop van deze website.